“De scherpe kantjes zijn eraf.” Met deze woorden beschrijft onderwijsdirecteur Wieger Bakker, tijdens de informatiebijeenkomst over de onderwijshervormingen van 19 december jl., de uitkomsten van de zes projectgroepen die gewerkt hebben aan voorstellen voor het ‘revitaliseren‘ van het Utrechtse onderwijsmodel. In een gevulde kantine op de USBO, laten studenten en personeel deze uitspraak over zich heen komen. Afgekomen op informatieverstrekking over de zeer ondoorzichtige gevolgen van de (overheids)bezuinigingen, worden zij in de tijd mee terug genomen naar de invoering van het ‘bachelor/master-systeem’ en de wijze waarop dit in Utrecht is geïmplementeerd. “Niemand kent de richtlijnen van het Utrechts onderwijsmodel,” aldus Paul Verweel. “Zelfs wij moeten die er even bijpakken.” Geen wonder, zo lijkt het, dat rector magnificus Bert van der Zwaan het Utrechtse universitaire onderwijs eens aan een kritische blik onderwerpt.
Door: Eric van Berkel, faculteitsraadlid REBO
De projectgroepen namen de afgelopen maanden zes deelgebieden van de universiteit onder de loep, te weten: 1) het jaarrooster, 2) matching, selectie en begeleiding, 3) flexibilisering van het eerste jaar, 4) didactiek en toetsing, 5) honours onderwijs en 6) professionalisering en carrière in het onderwijs. Het College van Bestuur (CvB) gaat vooralsnog met de uitkomsten van de eerste drie projecten aan de slag. Dit betekent dat er een jaarrooster van 4 x 10 of 4 x 9 weken voor alle opleidingen komt en álle opleidingen vormen van matching en selectie moeten gaan invoeren. Daarnaast moet het eerste jaar van de bachelor een jaar worden met een verplicht multidisciplinair vak dat studenten moeten gebruiken om zich breder te oriënteren. “Wij gaan zelf over het curriculum, niet de rector,” aldus Paul Verweel in reactie op deze ongewenste inmenging van het hoogste orgaan. “Bovendien zijn veel van onze vakken in het eerste jaar al contextvakken in het multidisciplinaire domein van B&O,” voegt Wieger Bakker toe. De invoering van de uitkomsten van de overige drie projecten laat nog even op zich wachten; het CvB heeft deze projectgroepen opdracht gegeven vóór 1 juni 2013 de voorstellen verder uit te werken.
De gevolgen van het vernieuwde Utrechts onderwijsmodel, beter bekend als ‘BaMa 3.0,’ lijken voor de USBO mee te vallen. Liselot Vrencken en Charlotte van Ruijven, leden van StudentBelang, vervolgen de presentatie met datgene waar vooral veel studenten op zijn afgekomen: de gevolgen van de overheidsbezuinigingen. “Wij hebben ons best gedaan om alles uit te zoeken,” zegt Liselot, “maar ook wij konden niet alles tot in detail vinden.” Ze vervolgt door te vertellen dat per september 2012 de basisbeurs alleen nog voor de bachelor gaat gelden voor de maximale duur van drie jaar. De master gaat buiten de basisbeurs vallen en wordt een lening. Of dit een verplichte of vrijwillige lening is, waarbij jezelf de hoogte van het bedrag kan vaststellen, is niet duidelijk. De huidige aanvullende beurs blijft wel bestaan, maar de maximale termijn voor aanvullend lenen gaat van zeven jaar terug naar zes jaar. Het verhoogde collegegeld kun je echter wél blijven lenen. “De DUO legt je een boete op die je vervolgens weer van hen leent” is de toelichting vanuit de zaal.
Al snel komt ook de langstudeerboete ter sprake. Daarvoor geldt dat je maximaal één jaar op je bachelor en één jaar op je master mag uitlopen vóórdat je een boete bovenop je collegegeld krijgt. “Naar je totale studieduur wordt niet gekeken. Doe je drie jaar over je bachelor en drie jaar over je master, ben je wél in zes jaar klaar maar krijg je alsnog de boete voor het extra jaar uitloop op de master,” vertelt Liselot. “Ook tussenjaren, foute keuzes en een overstap van het HBO naar de universiteit tellen mee voor de langstudeerboete,” vult Charlotte aan. Het ijkpunt voor de boete komt te liggen op 31 september. Stop je met je studie, om welke reden dan ook, bijvoorbeeld per oktober, dan telt dat hele jaar als een jaar uitloop. “Maar,” zegt Liselot, “je betaalt de boete dan alleen over de maand(en) die je te lang hebt gestudeerd.”
De zogenaamde ‘harde knip’ tussen bachelor en master vormt in deze nog een extra bedreiging: je mag pas aan je master beginnen als je de bachelor volledig hebt afgerond. Dit betekent dat je niet vast aan je master kan beginnen om een jaar uitloopt te voorkomen als je bijvoorbeeld nog één vak uit de bachelor hebt openstaan. Ook het OV-recht wordt teruggebracht en gaat van zeven naar vijf jaar. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat bij enige uitloop je (eventuele) reiskosten voor je masteronderzoek zelf moet gaan betalen. En wil je na je studie nog een vervolgstudie gaan volgen, trek dan je portemonnee maar, want dan moet je het zogenaamde instellingsgeld gaan betalen. Voor studenten die nu al twee studies volgen geldt het betalen van instellingsgeld niet. Zij vallen nog in het oude systeem. Meer informatie is te vinden op de websites van de DUO en LSVB.
In Utrecht behartigt VIDIUS de belangen van de Utrechtse student. Bij B&O zijn de Opleidingscommissie (OLC), de Faculteitsraad (FR) en de studentbestuurders verantwoordelijk voor de belangenbehartiging van studenten en personeel.
De financiële gevolgen van studeren in Utrecht kun je vinden onder: http://www.uu.nl/NL/Informatie/studenten/geldzaken/Pages/default.aspx




