Door: Eric van Berkel
Met mooi weer ben ik vaak aan de kade van de Bemuurde Weerd te vinden. Ik zit dan precies tegenover de blauwe brug naar de Oudenoord. Zo op de t-splitsing, achteroverleunend tegen de muur, valt alles goed in de gaten te houden.
Plezierboten met namen als ‘Catharina’, ‘Le Boat’, ‘Metzon’ en ‘Libelle’ maken voor mijn neus een 180 graden draai, net als de met toeristen volgeladen citytourboten. Op het dek staan mensen met camera’s in de aanslag om foto’s te maken van groepjes studenten die met boek of gitaar in de zon zitten te relaxen. Zo af en toe komt er al waterfietsend een semisportieve kantoorvader met dochtertjes langs. Op het ritme van een groepje rappende Marokkanen gaan zijn spierwitte benen op en neer. De rappers worden overstemd door een echte Utregse die al staand in bikini haar ‘soesje’ aan de lijn heeft. Ergens links van me zingt Herman van Veen over Hilversum 3. Ook de Hogeschool voor toerisme is aanwezig op de kade: grote oorbellen, protserige kermishologes en energy drink reflecteren fel in de zon. Sigarettenrook stijgt op boven grote zonnebrillen die op dik geplamuurde gezichten lijken te zijn geverfd.
En dat allemaal op een plek waar ooit eens grote stadsmuren stonden om de noordelijke toegang tot de stad te bewaken. Waar in de verte het kasteel Vredenburg te zien zou zijn geweest en waar soldaten rondliepen om alles goed in de gaten te houden. Nog steeds wordt op deze historische plek door het gezag druk gepatrouilleerd. Twee uniformen van de dienst Handhaving en Toezicht houden een oogje in het zeil. Zo worden een paar jongens aangesproken op het drinken van blikjes bier, want drinken in het openbaar mag helemaal niet. Ik sla mijn notitieboekje dicht en steek het in de rechterzak van mijn korte broek. Voor mijn neus blijven Waakzaam en Dienstbaar staan. “Steekwapen? Nee mevrouw. Dit is een potlood.”




