Door: Eric van Berkel
Vroeger, in al haar wijsheid, zei mijn moeder het al: geluk zit in kleine dingen. Niet voor niets dragen mensen kettinkjes, medaillons en armbandjes. Ze hopen dat deze kleine hulpmiddelen gezondheid, wijsheid of een gelukkig leven zullen brengen. En als ze niet werken? Ach, kwaad kan het in ieder geval niet. Geluk komt ook voort uit kleine handelingen: van een middagje vol zon, vrienden, bier en muziek maken kan ik heel gelukkig worden. ‘Geluk’ en ‘gelukkig zijn’ lijken dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Volgens sommigen valt geluk af te dwingen. Zij geloven in het ‘fortune favours the bold’-principe dat stelt dat geluk voorbehouden is aan hen die lef tonen of brutaal zijn. Volgens deze redenatie is een gelukkig leven leiden het gevolg van het afdwingen van geluk. Het klinkt verdacht veel als de American Dream; the pursuit of happiness waarbij een ieder zijn of haar eigen geluk maakt en nastreeft.
Volgens anderen is het geluk met de dommen. Zo zijn er zat simpele zielen die door puur geluk de loterij winnen en in hun doorzonwoning blijven wonen omdat ze al gelukkig zijn of ‘toch al gek genoeg doen.’En dan is er nog de opvatting dat financieel geluk niet te rijmen valt met geluk in de liefde. ‘Geluk’, of specifieker: ‘levensgeluk’, lijkt dan ook voorbestemd aan hen die brutaal, dom of arm zijn. Één ding staat in ieder geval als een paal boven water: van altijd alles maar overpeinzen, zonder ooit actie te ondernemen, is nog nooit iemand gelukkig geworden. Om enigszins gelukkig te zijn is dus een bepaalde mate van brutaliteit, domheid of armte nodig om zo geluk af te dwingen of spontaan te laten ontstaan.
Nog niet zo heel lang geleden stond ik eens tijdens de ACO casino night naast onze eigen Roos Spekman aan de roulettetafel. Een niet al te imposant stapeltje fiches was alles wat ze nog over had. “Roos, alles op 27″ zei ik zelfverzekerd en vol overtuiging tegen haar. Zo gezegd zo gedaan. Toen vervolgens het balletje, na flink wat rondstuiteren in het vakje van 27 belandde, viel haar mond open van verbazing en riep ze “hoe wist je dat?!” Ik haalde mijn schouders op en glimlachte. Of het geluk die avond met de dommen, brutalen of armen was, laat ik in het midden. Ik houd het erop dat geluk in kleine ding… uh… mannen zit.




